Arjan Erkel werkte in 2002 als directeur van een Artsen zonder Grenzen-team in de Russische deelstaat Dagestan, waar hij hielp bij de opvang van vluchtelingen uit het nabijgelegen Tsjetsjenië. Op een avond, na een bezoek aan zijn schoonfamilie, werd hij met zijn chauffeur klemgereden door een auto. Vier gewapende mannen dwongen hem uit te stappen, sloegen hem bewusteloos en ontvoerden hem. Hoewel hij in eerste instantie probeerde kalm te blijven en respect af te dwingen, werd hij later overgedragen aan een andere rebellen groep. Daar belandde hij in een donker hok onder de grond van slechts 1,5 bij 2 meter, waar hij amper kon staan.