Historicus en theoloog Martijn Stoutjesdijk benadrukt in zijn boek "Gods slaafgemaakten" dat de rol van zwarte christenen bij de afschaffing van slavernij vaak wordt onderschat. Hoewel Nederlandse christenen in de koloniale tijd slavernij rechtvaardigden met de Bijbel en grof geld verdienden aan mensenhandel, putten slaafgemaakten en hun nakomelingen juist inspiratie uit dezelfde Bijbel om zich te verzetten. Stoutjesdijk stelt dat het christendom zowel een drijvende kracht achter slavernij als achter de afschaffing ervan was, dankzij de veelstemmigheid van de Bijbel. Hij belicht figuren als Johannes King en Isabella, die de Bijbel gebruikten om hun lot aan te vechten en de hypocrisie van witte christenen aan de kaak te stellen, wat uiteindelijk bijdroeg aan een kritischer kijk op slavernij.